Decennia lang wordt afvalverbranding aangeprezen als een schone, efficiënte oplossing voor het groeiende probleem van vast stedelijk afval. Maar er komen steeds meer bewijzen dat deze ‘groene’ technologie wellicht meer milieuproblemen veroorzaakt dan oplost.
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, zorgt verbranding er niet voor dat afval verdwijnt. Het proces vermindert het afvalvolume slechts met ongeveer 70%, waarbij de rest wordt omgezet in giftige as die nog steeds moet worden gestort. Voor elke 100 ton verbrand afval blijft er ongeveer 30 ton gevaarlijke as over, die gevaarlijke hoeveelheden zware metalen en dioxines bevat.
Bij verbranding komen aanzienlijke luchtverontreinigende stoffen vrij, waaronder fijnstof, stikstofoxiden, zwaveloxiden, koolmonoxide en vluchtige organische stoffen. Deze emissies dragen bij aan aandoeningen van de luchtwegen, de vorming van zure regen en gezondheidsrisico's op de lange termijn als gevolg van kankerverwekkende dioxines. De resulterende as brengt ook risico's met zich mee voor grondwaterverontreiniging, omdat giftige stoffen in de watervoorraden kunnen uitlogen.
Gegevens van het Pennsylvania Department of Environmental Protection (2017), waarin de emissies van zes verbrandingsovens en zeventien stortplaatsen worden vergeleken, laten verrassende verschillen zien:
| Verontreinigende stof (ton) | Verbrandingsovens | Stortplaatsen | Verbrandingsmultiplicator |
|---|---|---|---|
| Broeikasgassen (CO2e) | 482.770 | 268.763 | 1,8x |
| Totaal aantal gezondheidsschadelijke verontreinigende stoffen | 1.975 | 1.236 | 1,6x |
| Stikstofoxiden (NOx) | 625 | 6 | 105x |
| Zoutzuur (HCl) | 17 | 1 | 21x |
Uit een uitgebreide levenscyclusanalyse in opdracht van Washington DC bleek dat zelfs als rekening wordt gehouden met transport naar afgelegen stortplaatsen, verbranding slechter presteerde op het gebied van de uitstoot van broeikasgassen, smogvorming, de uitstoot van giftige stoffen, zure gassen, stikstofoxiden en fijnstof.
Door verbranding ontstaan nieuwe giftige verbindingen zoals dioxines en polycyclische aromatische koolwaterstoffen, terwijl bestaande verontreinigende stoffen (bijvoorbeeld zware metalen uit elektronica) worden gemobiliseerd in meer biologisch beschikbare vormen. Ongeveer 70% van het verbrande afval wordt luchtverontreinigende stoffen die systemen voor verontreinigingscontrole niet volledig kunnen opvangen.
Terwijl stortplaatsen methaan (een krachtig broeikasgas) produceren, vangen moderne faciliteiten de meeste emissies op en verbranden ze. Ondertussen komt bij verbranding onmiddellijk de koolstof vrij die is opgeslagen in kunststoffen en andere materialen. Momenteel maken geen enkele operationele afvalverbrandingsinstallatie gebruik van koolstofafvangtechnologie.
Sommige onderzoeken sluiten op misleidende wijze de uitstoot van het verbranden van papier, voedsel en tuinafval uit door te beweren dat deze materialen koolstofneutraal zijn. Hierbij wordt echter voorbijgegaan aan de tientallen jaren die nodig zijn voor de hergroei om de emissies weer te absorberen. EPA-gegevens tonen aan dat afvalverbranding per energie-eenheid 150% meer CO2 produceert dan de verbranding van steenkool.
Verbrandingsinstallaties produceren twee soorten as: bodemas (90% van het totaal) en de giftigere vliegas. Terwijl oudere tests de meeste as als gevaarlijk classificeerden, maken veranderingen in de regelgeving nu verwijdering op gewone stortplaatsen mogelijk, ondanks dat er gevaarlijke hoeveelheden lood, cadmium en andere gifstoffen in zitten die uiteindelijk in het grondwater terechtkomen.
De meest effectieve afvalbeheerhiërarchie geeft prioriteit aan:
Deze aanpak minimaliseert de gevolgen voor het milieu en spaart hulpbronnen, waardoor een echt duurzaam alternatief wordt geboden voor zowel verbranding als conventioneel storten.
Contactpersoon: Mr. zang
Tel.: 18010872860
Fax: 86-0551-62576378